Iedereen op Vlieland is ooit aangespoeld

Iedereen op Vlieland is ooit aangespoeld

 

Het is zowat de kortste dag, ‘we pakken het licht’, zegt hij, we gooien alles in de auto en rijden het strand op. Hij heeft hout en wijn en maakt vuur: warmte die vaak mist. Bojan Bajic was een vluchteling, een vreemdeling en nu is hij een Vlielander; nooit meer gaat hij daar weg. Niemand noemt hem nog de asielzoeker die hij acht jaar was. Bojan! Hoe heb je dat geflikt? ‘Wees eerlijk, leer de taal en koop nooit een schotelantenne. Want dan blijf je maar kijken naar een wereld die niet bestaat.’ Zijn rode Landrover is van de brandweer geweest, Bojan rammelt aan versnellingspoken. We duiken de strandwal op en af en parkeren naast een zwijgende zee. De dag dooft; er staat een krachteloos half maantje. Nu zijn we de meest noordwestelijke mensen van het land. Alleen, en ver van de vreemdelingenhaat. Bojan gooit benzine over het hout; vlammen verlichten zijn gezicht.

We kwamen naar Nederland met twee tassen, we hadden helemaal niks, maar ik voelde me zo licht als een vlinder.

Bojan

Iedereen op Vlieland is ooit aangespoeld, dat is zijn geluk, ‘iedereen is import’. Toch was er protest toen hier een vreemdelingenkamp werd opgericht: zoveel asielzoekers op zo’n klein eiland, dat moesten de eilanders niet. Drie jaar later ging het kamp dicht en ‘zelfs de stugste Vlielanders stonden te huilen bij de boot’ – zo gaat dat. Bojan zat op die laatste boot. Hij nam de eerste weer terug en woonde vijf jaar als verstekeling in schuurtjes en sloophuizen met zijn vrouw Edita en zijn drie kinderen. Hij werkte veertien uur per dag als kapper, fietsenmaker en stratenmaker en na acht jaar kwam de verblijfsvergunning. Nu is Bojan directeur van Podium Vlieland, ijssalon en theater tegelijk, en woont hij achter een oude gevel in de Dorpsstraat. Elke dag gaat hij naar het strand. Elke dag heeft hij nieuwe ideeën – nu weer bezig met een Vlielander bierbrouwerij. Proost! ‘Als je vluchteling bent’, zegt hij, ‘moet je een mes in je borst steken en jezelf vermoorden. Je moet bereid zijn alle ballast af te werpen. Anders lukt het niet.’ Bojan en Edita zijn samen de oorlog in Kroatië ontvlucht. Ze waren Serviërs. ‘We kwamen naar Nederland met twee tassen, we hadden helemaal niks, maar ik voelde me zo licht als een vlinder. Leven in oorlog is onmogelijk zwaar.’ Leven in het vacuüm van een asielprocedure is ook zwaar; Bojan ging dat bestaan te lijf met dezelfde energie waarmee hij nu blokken hout verplaatst. ‘Stilstaan is doodgaan. Nederland zorgt echt heel goed voor vluchtelingen. Ik hoop dat ze die vrijheid waarderen en er iets voor terugdoen. Nederlanders hebben echt meer aan asielzoekers dan ze denken. Ze dragen iets bij.’ Hij trekt zijn kleren uit en rent het zwarte water in. Bojan! Het is afgaand tij! – maar hij verdwijnt. Hij zwemt elke dag. Het duurde drie jaar voordat hij het durfde; het water van de Noordzee is vies, troebel en koud als je beter bent gewend. Hij moest ook wennen aan de leegte van het strand. Bojan werd vrijwilliger bij de reddingmaatschappij en is hier vlakbij met twee andere redders omgeslagen, ‘het was een raar zeetje, een golf van vijf meter uit de verkeerde hoek’. Ze hebben het alledrie overleefd. Sindsdien zijn ze vrienden. Er moet iets gebeuren, zegt Bojan, om vrienden te maken.
©

Hij klimt het water uit, het vuurtorenlicht bestrijkt heel kort zijn lichaam. ‘Ik ben verliefd op deze zee!’ Proost! Ik zeg: de afschuw over vluchtelingen is manifester dan vijftien jaar geleden. Hij zegt: het is allemaal valse trots. Aan beide kanten. ‘Het rare idee dat de plek waar je vandaan komt jou beter maakt dan een ander. Wat maakt dat nou uit? Het is angst om dingen te verliezen. Maar als je beseft wat je allemaal hebt meegekregen, kun je niks meer verliezen. Uiteindelijk heb je niet meer dan jezelf, dat is genoeg.’ Met een schop slaat hij op het vuur, kooltjes waaien over het donkere strand, de wind laat ze gloeien tot duizend rode ogen. ‘Kijk ze lopen!’, zegt hij, ‘het zijn net vluchtelingen.’ Bojan schenkt bij, gaat zitten op een viskrat. De sleutelwoorden tot Nederland, zegt hij, zijn ‘voordeel, gratis en korting’. ‘Maar als het erop aankomt staan ze klaar om je te helpen. Ondanks die gierigheid. Ondanks de trots en de angst – tóch zullen de Nederlanders helpen. Daarom ben ik verliefd op dit land.’ Bojan! Proost man.

 Toine Heijmans op Vlieland
(Aan het eind van dit vluchtelingenjaar verschans ik me op Vlieland, want daar is Bojan aangespoeld.)
21 december 2015, 02:00 Volkskrant

Advertenties

Over staartje

vrouw- positief ingesteld- op zoek naar humor- geloof in oplossingen: in JA EN en niet in JA MAAR - docent Nederlands- fan van lezen, sauna, studeren, luieren,de zon, lekker eten, samen dingen doen, cultuur en natuur- drie heel leuke kinderen en een geweldige kleinzoon(2013). Vanaf februari 2014 verschijnt er regelmatig een logje met wetenswaardigheden over Schiedam. Niet dat ik daar woon, maar mijn kleinzoon wel.
Dit bericht werd geplaatst in Actueel, persoonlijk, politiek. Bookmark de permalink .